Logo




Patiënt: Seksisten

Recept: De vrouwen van Carhullan van Sarah Hall

Vandaag worden witte lintjes uitgedeeld in het land. Om mannen in te lichten dat je vrouwen niet zomaar bij de billen kunt grijpen. Of hen ‘schatje’ noemen als de context daar niet om vraagt.

Feminisme, dat is hier toch niet meer nodig? Femme de la rue? Ja, maar dat is een andere cultuur. Pol Van Den Driessche? Dat is een uitzondering. Prostitutie? Ik ga nooit naar de hoeren. Loonverschil? Zeg, jongen…

De boekendokter neemt iedere klacht serieus. Goed, zijn grootmoeder is nog volwassenen geworden in een tijd dat ze niet mocht stemmen. Dat waren wel degelijk andere tijden, we’ve come a long way zong Loretta Lynn al. Maar bovenstaande opsomming laat zien dat er nog werk aan de winkel is.

Zoals wijlen Gerrit Komrij – een man die toch tegen een stootje kon – het opviel dat hij altijd maar weer een valse nicht werd genoemd door zijn vijanden, zo worden ook vrouwelijke auteurs nog maar al te vaak neergezet als een tuchtig schrijfmieke of verdroogde heks. Een uitgever had het er nog over onlangs. Dus ook in de Republiek der Letteren kan een sensibiliseringscampagne geen kwaad.

Nu zullen weinig kunstvormen zo vaak langs de feministische lat gelegd zijn als de roman. En vanwege de hoge mate van autonomie die mogelijk is bij het schrijven, is het misschien ook wel de meest vrouwvriendelijke kunstvorm wat betreft vertegenwoordiging aan de producerende kant. A room of one’s one kan volstaan. Als is dat natuurlijk ook niet altijd vanzelfsprekend.

Maar wie nog altijd gelooft dat dames op hun best zijn achter aan het aanrecht of tussen de lakens, heeft meer nodig dan een geniaal geschreven roman van een vrouw.

Een roman die de seksestrijd als onderwerp heeft, is De vrouwen van Carhullan van de Britse schrijver Sarah Hall (1974). Daarnaast is de roman een aanklacht tegen onze weinig milieuvriendelijke manier van leven. In een toekomstig Groot-Brittannië is het leven ontdaan van kleur en vrijheid. In een totalitaire staat met maar weinig grondstoffen kiest hoofdpersonage Zuster ervoor haar man in de steek te laten en te ontsnappen naar een mysterieuze vrouwengemeenschap die een bestaan probeert op te bouwen in de vrije natuur.

Zuster? Commune? De vlucht uit de dystopie? Ik hoor u denken, de ideologische voorkeuren hadden hier makkelijk de overhand kunnen nemen wanneer je met dergelijke grootheden aan de slag gaat.

Het knappe aan Halls roman is dat dit grauwe sciencefictionverhaal zowel ecologische als feministische parabelwaarde heeft zonder dat het moralisme de vaart van het verhaal onderbreekt. Als uitgelegd wordt waarom er geen mannen in de commune mogen overnachten, doet het meer aan als een oprecht betoog voor een LAT-relatie dan een absurde eis van een of andere sekte.

Lees dit dus, billenknijpers. En wees gewaarschuwd.

TAGS: