Logo




Patiënt: de fiscus

Recept: Ask the dust van John Fante

Omdat het moeilijke tijden zijn, moeten we allemaal wat meer betalen. Dat is logisch. Zegt men. Wie dat ook logisch vindt, doorziet het retorisch trucje niet. Deze moeilijke tijden zijn niet hetzelfde als het jaar na jaar mislukken van de aardappeloogst met hologige kindjes ten gevolg.

Deze cyclus van groei en tegenslag is niet zo vanzelfsprekend als een seizoenswisseling. Economie is geen natuurfenomeen, het is eerder een rammelend computerprogramma waarmee we maar blijven voortrommelen. Dat doen we wel op meer terreinen van het leven. Een olieramp vinden we afschuwelijk, maar zelf stoppen met autorijden, dat is ook weer zo wat.

Deze politieke, psychologische en morele dilemma’s worden blootgelegd, ontleed en herschikt door journalisten en romanciers. Een handvol onder hen doen dat op een manier waar veel mensen in zich weten te vinden. Dat brengt soms geld op, een enkele keer zelfs heel veel. Daar betalen ze zonder morren belasting op want ze weten dat schoolpoorten, bospaadjes, ziekenhuizenbedden en bibliotheekpassen ook geen natuurfenomenen zijn.

De meeste schrijvers kunnen echter nauwelijks een goede laptop komen van hun boekenverkoop. Veel medelijden moet u daarom nog niet met ze hebben, ze doen het zichzelf aan en dat weten ze maar al te goed. Dat betekent echter nog niet dat de fiscus met hun voeten moet gaan spelen.

De verhoging van de roerende voorheffing is meer dan een riemgaatje verder aanhalen. Het is gewoonweg een kwetsbare sector groeikansen ontzeggen. De opbrengsten zijn miniem in vergelijking met wat het een schamele freelancer aan schade toebrengt.

De boekendokter weet heus wel dat een beetje schrijver doorschrijft. Dat doen ze al eeuwen. Ook zonder subsidie, ook zonder dat ze er maar een cent aan verdienen. Maar dat is nog geen reden om ze te schofferen.

Misschien moet de fiscus maar eens een klassieker tot zich nemen over een schrijver in bijzonder nauwe schoentjes. Hoewel, ‘verragde sandalen met klepperende zolen’ is een betere omschrijving. John Fante (1909-1983) stopte met zijn studies en besloot tijdens de Grote Depressie zich te storten op een schrijverscarrière. Economisch gezien toch niet de meest verstandige keuze.

Fante heeft het soms bijzonder moeilijk en armoede is in semi-autobiografische oeuvre dan ook een constante.

Hoofdpersonage Arturo Bandini (inderdaad, dezelfde als uit Wait until spring, Bandini, de verfilming van Dominic Deruddere) heeft het moeilijk in dit boek. Hij woont in een pension waar maar weinig waardering voor zijn scheppende werk is te bespeuren. En dan ook nog eens verliefd worden op een dienstmeisje waar serieuze kosten aan zijn.

Bandini krijgt de nodige tegenslagen te verduren maar in zelfbeklag vervalt hij zelden. Een pathetisch momentje daargelaten – het blijft een kunstenaar – is het boek eerder eerlijk, ontnuchterend en een enkele keer droogkomisch te noemen.

Lees dit, meneer de fiscus, en vraag u af of we echt weer een stapje richting die arbeidsomstandigheden moeten zetten.

TAGS:

2 Antwoorden op “Patiënt: de fiscus”

  1. Alysa Zegt:

    Heb het boek over Arturo Bandini van John Fante niet gelezen, maar mij doet het wél wat denken aan de Engelse auteur George Gissing (“New Gub Street”, By The Ionian Sea”)hij leefde heel zijn schrijversleven ook maar in (soms) betrekkelijke ‘rijkdom’,echter nu ‘begint’ hij door een ‘belangrijk’internationaal literair publiek wat méér waardering te krijgen voor zijn werk, ik wil maar zeggen ‘t kan pas laat komen dat je wat waardering voor je schrijverswerk krijgt én misschien kun je er zelfs hélemaal niet van leven én moet je er een ‘ander’ werk bijnemen, een echte schrijver blijft doorschrijven (denk aan Markies De Sade!), ook al verdient hij er geen cent mee, hij wil dat ‘zijn’ pennevruchten gelezen worden, als ‘t kan ook gewaardeerd, maar dat kan dus jaren duren, misschien zelfs pas na zijn dood, ondertussen moet de hedendaagse ‘schrijver’ verderschrijven (om ‘een’ ander lelijk woord, dat mij aan de landbouw doet denken niet te gebruiken!) met ‘soms’ misschien wel eens een ‘andere’ werkpauze tussendoor, maar ja, als’ t moet dan moet’t en misschien doet hij er met dat ‘ander’ werk wel zoals nog weleens door mij werd aangehaald, inspiratie door op, denk aan George Orwell bv. veel weet ik er nu ook weer niet over, maar wél dit, deze mens heeft gewérkt, gewérkt, écht fysiek gewérkt, dus niet enkel ‘rustig’ thuis gezeten wachtend op inspiratie, nee écht fysiek gewérkt, en men spreekt over zijn schrijverswerk écht nog steeds met heel veel waardering, misschien is fysiek werk gaan doen wel hét antwoord voor de ‘arme’ mogelijk toekomstige schrijver, wie wéét wat voor een groot schrijverschap daaruit nog kan voortkomen, met enthousiaste groeten, Alysa!

  2. Jo Zegt:

    Apartheid als maatschappij-ideaal? Waarom moeten schrijvelaars bevoordeeld worden, zijn ze relevanter dan andere beroepen? Als het over de eigen portemonnee gaat verdwijnt de linksige solidariteit als sneeuw voor de zon. Solidair, dat is iets voor de anderen.