Logo




Patiënt: Voor wie rouwt

20 / 05 / 2012

Recept: Rouwdagboek van Roland Barthes

Er zou maar één zekerheid zijn in het leven. Dat je dood gaat. Als dat waar is, dan veronderstelt dat op zijn minst nog een zekerheid; namelijk dat je iemand zult verliezen.

Die onontkoombare zekerheden horen niet alleen bij het leven, ze zorgen er ook voor dat het leven erdoor gevormd wordt. Dat vormingsproces kan op zijn best uitdraaien op een drastische ingreep in hoe je tegen het je bestaan aankijkt. In veel gevallen is het echter een grove verminking.

De trouwe lezer weet ondertussen al dat de boekendokter niet van de school is dat ‘alles om een reden gebeurt’. Een hoop gedoe, dat is het leven. Je kunt er maar beter het beste van maken. Maar laat ons wel wezen, we mislukken daarin maar al te vaak.

Toch hoort het bij onze soort dat we vaker wel dan niet, tegen beter weten in, en om totaal onduidelijke reden, gewoonweg doorzetten. Toch uit bed komen, toch weer een nieuw lief gaan zoeken, toch weer eens een stapje in de wereld zetten.

De fout die daarbij vaak gemaakt wordt, is dat het te snel gebeurt. Kijk maar eens goed bij de volgende keer dat u iemand ziet vallen op straat. In de meerderheid van de gevallen probeert zo iemand zo snel mogelijk weer op te staan. De pijn weglachen, neenee, alles is in orde, er is helemaal niets aan de hand. Meteen daarna zakken ze weer door hun enkels. Waarna het toneelstukje zich weer herhaalt. Sommigen merken thuis pas de gebroken ribben en de hersenschudding.

Zo gaat het ook met de pijn van het verlies. Weglachen verlengt alleen het verdriet. Men moet dus rouwen. Ooit een geritualiseerd proces, nu op zijn best een bric-à-brac van zelfhulpregels, improvisatie en slordige inname van troostmiddeltjes.

De radeloosheid waarmee je als rouwende geconfronteerd, komt grotendeels voort uit het feit dat de wereld gewoon doordraait. En het gruwelijke besef dat je ooit, op een moeilijk vast te stellen tijdstip, uitgerouwd zult zijn. Je verliest niet alleen iemand. Je verliest ook de uitzonderlijke gevoelens die je erbij had.

Dat kwam op de Franse filosoof Roland Barthes (1915 – 1980) als hemeltergend over toen hij zijn moeder verloor. Hij was door haar opgevoed en was bij haar blijven wonen. Als ze sterft, is hij overmand door verlies. Hij begint zijn verdriet te archiveren op fiches. Korte observaties, onafgemaakte vergelijkingen, totale wanhoop zonder opsmuk.

De door Meulenhoff prachtige uitgegeven bundeling (een bladzij per fiche) kent veel bladwit. Het telt niet meer woorden dan een gemiddeld kortverhaal maar snel uitlezen is onmogelijk.

Je leest:

‘Een deel van mijzelf waakt in de wanhoop; en tegelijkertijd is een ander deel druk doende mijn onbeduidenste zaken te regelen. Ik ervaar dat als een ziekte.’

‘Het verdriet, als een steen…/(om mijn nek,/diep in mij).’

‘Rouw: vreselijk gebied waar ik niet bang meer ben.’

Het getij van Barthes verdriet doet hem wanhopen, huilen en boos worden. Zijn eerlijkheid is voor de lezer pijnlijk, wreed en toch onvermijdelijk troostend.

Patiënt: De Waarom-man

15 / 04 / 2011

Recept: De vreemdeling van Albert Camus

Mensen sterven. Daar hoef je geen boekendokter voor te worden. Onze eindigheid moet ervoor zorgen dat we wat maken van ons leven. Zegt men. ‘Ontwerpfout’ denkt uw letterenmedicus eerder. Doodgaan is afschuwelijk. Als het dat nog gebeurt in een supermarkt door toedoen van een schietgrage zelfmoordenaar, dan is het leven van de niet-geraakten ook minder waard geworden. Probeer er maar chocola van te maken. Het gaat u niet lukken. lees meer …