Logo




Patiënt: Wie geen zin heeft in de feesten

21 / 12 / 2012

Recept: Een overlevingspakket

Wat is dat toch altijd? Waarom moet er altijd toch zo gesleurd worden aan elkaar en zichzelf wanneer de dagen korter worden en de temperaturen lager? Onze voorvaders hebben daarom wat al dan niet verzonnen feesten aan elkaar geplakt zodat we nog eens onder elkaar komen voor wat okselwarmte en toegestane vetzakkerij.

Maar of het nu komt door de centrale verwarming of door al die verschalende familieverhoudingen; de boekendokter kent meer mensen die verzuchten dan juichen bij al dat geëlektrificeerd jolijt. Cadeaus uitkiezen voor familieleden die toch alleen nog maar wc-papier en sigaretten nodig hebben, opzitten bij slaapverwekkende gesprekken, toegeven dat je weer een jaar niet hebt leren koken, de instructies van de traiteur niet begrijpen, toch maar weer beginnen over die keer in de Ardennen toen jij de rekening niet betaald hebt… En aardig doen, de hele godvergeten tijd aardig doen.

Eerlijk gezegd, de boekendokter houdt ervan. Het kan hem iedere jaar niet Wham-erig en cava-van-de-Delhaize genoeg zijn. Maar goed, hij heeft niet doorgestudeerd om alleen zichzelf te genezen. Daarom bij uitzondering, een gecombineerde aanpak voor de zware gevallen.

lees meer …

Patiënt: Wie een eenzame kerst heeft

23 / 12 / 2011

Recept: De aantekeningen van Malte Laurids Brigge van Rainer Maria Rilke

Jajajajajaja, literatuur kan kwetsen, verwonden, doen zieltogen maar vooral… troosten. Zo hoort men vaak beweren. Een roman als zakdoek. Wel, de boekendokter is het daar voor de duur van deze tekst nu eens helemaal niet mee eens.

Als een lief de deur onvergetelijk hard achter zich dichtslaat, loopt niemand meteen naar de boekenkast. En als u dat wel doet, is het zeer begrijpelijk dat u uw dagen alleen moet slijten. Even lekker een negentiende-eeuwse klepper op schoot als u terugkomt van een begrafenis? Lijkt me sterk.

Nee, romans en gedichten kunnen wel uw gevoelsleven verwoorden maar voor stelping of oplossing moet u toch echt bij Kleenex of Nescafé zijn. Van lezen wordt u een beter mens, maar gelukkiger? Ja, er is wat uiterst summier psychologisch onderzoek die dat doet vermoeden, maar voor geluk kunt u toch beter grijpen naar een geliefde.

Ja, en als die er niet is? Zeker in deze dagen van dennengeur en champagne-adem kan dat wel eens pijn doen. Knijp gerust uw ogen dicht tegen het verkilde licht van uw koelkast, grabbel naar wat u vinden kunt in de diepvriesla. Ben & Jerry’s en Smirnoff kunnen het soms goed vinden met elkaar.

Neen? U let op lever en lendenen? Liever een boek? Neem dan niets tot u over geesten, zwavelstokjes of andere escapistisch spul. Daar gaat u alleen maar nog meer van grienen. In deze tijden is het beter te lezen over eenzaamheid en menselijk onvermogen. Herkenning verlicht namelijk.

De boekendokter kent geen eenzamer boek dan –nee, vergeet Crusoë, die had het nog naar zijn zin – De aantekeningen van Malte Laurids Brigge van Rainer Maria Rilke (1875 – 1926). Het is de enige roman die deze dichter heeft geschreven. Al gebruikte hij zelf liever de term ‘prozaboek’. Fictieve aantekeningen zijn het, dagboeknotities, gedachten van Brigge. Een twintiger die naar Parijs is gegaan om… tja, er achter te komen wat hij nu eigenlijk moet met zijn leven? Om er te sterven? Om er om zich heen te kijken? Om er de durf te vergaren om een bestaan als dichter op te bouwen? Om er dood te gaan zodat er een nieuwe versie van hem geboren kan worden?

Zoiets. Ongeveer. Precies.

Jeugdherinneringen, gecombineerd met stadsobservaties en bespiegelingen over zingeving en de dood wisselen elkaar af. Er is geen plot, geen verhaallijntje dat de aandacht wil vasthouden. Wel zijn er zinnen als: ‘Wat werd beschenen was door de mist omsluierd als door een lichtgrijs gordijn. Grijs in grijs zonden zich de standbeelden in de nog verhulde tuin. Hier en daar stonden bloemen op in de lange bloembedden en zeiden: rood, met geschrokken stem.’ Of: ‘En niet is gering en overtollig.’ Of: ‘Hier kon je niet op wachten, je was er, je was gedwongen tot het nauwelijks meetbare: een gevoel dat een halve graad steeg, de hoek waaronder een door bijna niets belaste wil zou uitslaan, die je van heel dichtbij zou aflezen, de lichte vertroebeling in een druppel verlangen en de nietige kleurverandering in een atoom vertrouwen: dat moest je constateren en bewaren; want in dergelijke processen bevond zich nu het leven, ons leven dat in ons was binnengegleden, dat zich naar binnen had teruggetrokken, zo diep dat er nauwelijks nog iets van vermoed werd.’

Nog even doorbijten. Voor je het weet is Kerstmis voorbij.