Logo




Patiënt: Wie lijdt aan seksuele plankenkoorts

31 / 07 / 2012

Recept: On Chesil Beach van Ian McEwan

Zoals wijlen de éénbenige grootvader van de boekendokter zei toen hij een half uur deed om de trap op te komen: ‘Als het niet zoveel moeite zou kosten, zou het niet zo leuk zijn.’

Met seks is het niet anders. Want laat u niets wijsmaken, gij schroom- en angstvallige, iedereen vindt het gedoe. Nu het zomer is, lijken festivalweide en vakantieresort te gonzen van copulerende koppels. Wie verlegen zit om gezelschap, verdenkt de buitenwereld wel eens van een lidmaatschap waarvan de ballotage uiterst geheim is. Maar die Vereniging van Vrije liefde bestaat niet.

Of het nu de allereerste keer is op een zompige matras tussen de flessen gejatte witte Martini of de zoveelste sessie met de zoveelste propper, het blijft aanpoten. Zoals met al het fragiele in het leven, is het beter om niet al te voorzichtig te zijn. Maar in de lichamelijke liefde geeft het ook geen pas om alleen maar een beetje aan te poten. Het is een vliesdunne wand tussen een man die van aanpakken weet en een hork met een kop van eelt.

Het is dat de drang tot de daad een van de sterkste drijfveren is die er bestaat, anders hadden velen er de brui aan gegeven. Dat neemt niet weg dat er aardig wat mensen last hebben van seksuele plankenkoorts. Om te voorkomen dat men vlucht voor het gordijn opengaat, is het goed om zich wat in te lezen.

Dé roman over bedzorgen is On Chesil Beach van de Britse knuffeleliteschrijver Ian Mc Ewan (1948). Het is 1962, seks schijnt wel voor te komen maar niemand praat erover. Edward en Florence zitten aan de vooravond van de huwelijksnacht, zijn tot over hun oren verliefd op elkaar en zenuwachtig als twee bolletjesslikkers met diarree.

Hij maakt zich zorgen dat hij te weinig mannelijk zal zijn, en zij dat ze te vrouwelijk zal zijn. Door een onvermogen erover te kunnen praten, wordt het een… Wel, de forte van het boek is dat de uitkomst zowel zeer menselijk als al te afschuwelijk is.

McEwan eerbiedigt rigoureus de klassieke wetten van eenheid in dit boek. Je hebt te maken met twee mensen, in hun hotel aan het strand en dat gedurende de nacht. Alleen op het einde zit een korte, wrange vooruitblik. Lezing van dit boek is vlak voor de handeling niet aan te bevelen. Maar een weekje voor de date, is het uiterst effectief. Al was het maar om te leren dat het alleen te zwaar wordt als u er te zwaar aan tilt. (Wel een beetje opletten toch.)

Patiënt: Bristol Palin

04 / 02 / 2011

Recept: The Sopranos van Alan Warner

De dans van hartjes, lulletjes en kutjes is een dikke sliepuit naar hen die alles evolutionair verklaren willen. Als de mens inderdaad niet meer dan een estaffettestokje van genen is, dat succesvol moet doorgegeven worden aan de volgende generatie van doodlopers, dan is dat hele gedoe dat seks heet, een te hoge horde. Vooral de aanloop daartoe, had ergens tussen erectus en sapiens toch genivelleerd moeten zijn.

Maar nee, die drang tot voorspel en voortplanting is zo sterk dat er evenveel levens door mislukken als er door gecreëerd worden. Je kunt de machtigste man ter wereld genoemd worden, de leider van de vrije wereld, en uiteindelijk ga je door de knieën omdat een paar mollige knietjes dat voor jou doen. Over leven en dood beslissen is makkelijker dan je gulp dichthouden.

lees meer …

Patiënt: Pubers die naar party’s gaan voor twaalfjarigen

13 / 09 / 2010

Recept: Millie van Helen Walsh

Herinnert u zich uw allereerste feestje? Was het op school? Aan het einde van een zomerkamp?

Tantaluskwellingen zoals kusjesdans en slowen, zoveel cola en zoute sticks als je maar wou, alles te weten komen over het aantrekken en afstoten. Ooit zouden de de prefixen aan- en af- van plaats veranderen, maar voor dit feest waren de Lambada en La Bamba genoeg. Soms was er een sigaret, een stiekem biertje, een droge kus.

Hoe fijn was de knulligheid van de eenzame platenspeler, de drie gekleurde gloeilampen, het weekmakende besef te voelen dat jij uitverkoren was om met De Ander te dansen. Met haar fluo elastiekjes op haar beugel en de bos plastic fopspeentjes om haar nek.

Een paar jaar later kwam het bier, vechtende jongens, het kotsen in de straat voor je huis, de nadorst bij het ontbijt vol met leugens, het weekmakende besef dat er veel, veel Anderen zijn.

Anno Nu worden er speciale party’s georganiseerd voor 12 tot 15-jarigen in megadiscotheken door mensen die deze groep ‘kennis willen laten maken met het uitgaansleven’.

Ach, wat nobel. Er mag niet gerookt of gedronken worden en er zijn stewards die moeten zorgen dat er niet nog kleinere kindjes van komen. Dat is geen kennis maken met het uitgaansleven. Dat is geld aftroggelen, ouders met dilemma’s opzadelen en zorgen dat pubers bedreven worden in drank naar binnen smokkelen.

Wie op die leeftijd wil weten wat er gebeurt in de arena van het nachtleven, kan beter ‘Millie’ lezen van de Britse schrijfster Helen Walsh (1977). Walsh heeft een verleden van hoeren en snoeren, en handelt in autobiografische bumperstickerteksten als: ‘Ik nam eerder XTC dan ik menstrueerde.’ En ‘Toen ik zestien was regelde ik in Barcelona prostituees voor hoerenlopers.’ ‘Millie’ werd een vervolg genoemd op ‘Trainspotting’ vanwege de rauwheid ervan. Maar waren de junkies nog tragikomisch, dan is seksroofdier Millie alleen maar grimmig. Ieder kiest zijn eigen vergif en voor Millie is dat seks met mannen en vrouwen, tieners en hoeren. Nog geen twintig zoekt ze vergetelheid in de cafés en clubs van Liverpool.

Pssst. Wat gratis proevertjes? ‘Ik reduceerde meisjes tot lichamen of delen daarvan. Ik zag ze in termen van tieten, benen en kontjes. Elk meisje dat ik ontmoette, kleedde ik uit, en ik manipuleerde ze alsof ze van boetseerklei waren.’ Of: ‘Ik bedoel, heb je niet bedacht wat de effecten van zulke brute smerigheid zouden zijn op iemand die jong en ontvankelijk was?’

Komaan, ouders, niets van dat schijterige, geef ze dit boek te lezen. U zult tenminste zeker weten waar uw kinderen zijn om elf uur ’s nachts. En het kost nog een stuk minder ook.